0

Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie

Maliebaan 50b, 3581 CS Utrecht, tel.: 030-2510161, fax: 030-2522866, e-mail: [email protected]

Aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

de heer drs. J.F. Hoogervorst

Postbus 20350

2500 EJ Den Haag

Datum: Uw referentie: Onze referentie: Contactpersoon:

24-02-2005 901c240205 mevr. drs. M. L. Buitenhuis

Betreft: knelpunt m.b.t. samenloop aanspraken AWBZ voor ouders van wie de kinderen in behandeling zijn en die zelf in therapie waren/zijn 

Geachte heer Hoogervorst,

Hierbij vragen wij uw aandacht voor een knelpunt op het terrein van de kinderpsychotherapie dat al langer bestaat maar is gaan schrijnen ten gevolge van de beperking van het aantal zittingen in het kader van de AWBZ.

Oudertherapie maakt per definitie onderdeel uit van de psychotherapeutische behandeling van kinderen en jeugdigen. Volgens de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) wordt bij de behandeling van kinderen en jeugdigen tot 16 jaar de behandelingsovereenkomst gesloten met de ouders of voogd en kunnen zij informatie krijgen over de behandeling. De juridische betrokkenheid bij de behandeling van bovengenoemde leeftijdsgroep is niet alleen een wettelijk vereiste; wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat de betrokkenheid van ouders (of voogd) in de vorm van oudertherapie van essentieel belang is voor het slagen van de psychotherapeutische behandeling van kinderen en jeugdigen.

Als individuele psychotherapie voor een kind wordt geïndiceerd moet er contact zijn met de ouders. Oudertherapie wordt via het kind geïndiceerd. Echter, omdat de AWBZ uitgaat van individuele aanspraken ontstaat hier vaak een knelsituatie. In de praktijk komt het vaak voor dat de ouders reeds voor zichzelf in behandeling zijn, of dat gedurende een oudertherapie besloten wordt dat individuele therapie voor (één van) de ouders wenselijk is. Omdat beide behandelingen (oudertherapie én individuele psychotherapie) uit dezelfde maximale aanspraak van 25 sessies moeten komen ontstaat hier vaak een onaanvaardbaar keuzeprobleem. Cliënten/ouders en psychotherapeuten moeten afwegen wat de voorkeur verdient: individuele volwassen psychotherapie voor de ouder zelf of kiezen voor oudertherapie in het kader van de behandeling van hun kind. Het komt ook regelmatig voor dat de ouder geen aanspraak kan maken op vergoeding van een (noodzakelijke) oudertherapie omdat hij of zij minder dan een jaar geleden een psychotherapeutische behandeling heeft afgerond.

Deze noodsituaties leiden tot telefonische vragen en brieven van onze leden aan de NVP en NVVP. Een voorbeeld hiervan is bijgaande brandbrief van de Intervisiegroep Vrijgevestigde Kinder- en Jeugdpsychotherapeuten Friesland aan de Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie  (d.d. 27-01-2005).

Wij verzoeken u daarom de AWBZ zorgaanspraken zodanig te wijzigen dat betrokkenheid van de ouders bij de behandeling van hun kind (oudertherapie) niet leidt tot verminderde aanspraken voor een eigen behandeling als volwassene en omgekeerd.

Hoogachtend,

Dr. A.T. Veeninga

voorzitter Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie

Drs. D.C. Bouman

voorzitter Nederlandse Vereniging van Vrijgevestigde Psychotherapeuten

Drs. W.E. Goenee,

voorzitter Vereniging voor Kinder- en Jeugdpsychotherapie

c.c. :

– College voor Zorgverzekeringen

– Ministerie van VWS, directie GVM, t.a.v. drs. J. Penninga

– Inspectie voor de Gezondheidszorg, hoofdinspectie GGZ, t.a.v. dhr. P.  Lamers

 – Intervisiegroep Vrijgevestigde Kinder- en Jeugdpsychotherapeuten Friesland