Mijn NVVP
  Home > Nieuwsbrieven > Nieuwsbrief
print
Extra nieuwsbrief maart 2009 | Jaargang 16 | nr. 2
NMa herroept uitspraak en trekt opgelegde boete aan NVVP in
Na vijf jaar procederen herroept de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit het in 2004 genomen besluit om de NVVP te beboeten voor het geven van adviestarieven aan de leden.

De NVVP krijgt de opgelegde boete van € 70.000,- retour, alsmede een tegemoetkoming in de proceskosten van circa € 1500,=. Ook het NIP en de LVE, met wie de NVVP in deze kwestie steeds is blijven optrekken, ontvangen de reeds betaalde boetes terug.
Het doet het NVVP-bestuur veel genoegen dat deze onterechte maatregel nu na jaren van inspanningen is teruggedraaid! De maatregel is door ons altijd als zeer onterecht ervaren, vooral omdat de beroepsverenigingen op het moment dat zij -volgens de NMa- in overtreding waren zich daarvan in het geheel niet bewust waren. Een simpele brief van de NMa had in 2002 ook volstaan om aan deze kennelijke overtredingen een eind te maken. De NMa heeft in zijn benadering echter van meet af aan gekozen voor de confrontatie en voor het behandelen van de zorgsector als ware deze gelijk aan de bouw of de industrie. Het bestuur is tevreden over het feit dat rechters hebben uitgesproken dat de zorgmarkt niet op dezelfde manier werkt als markten in andere sectoren en dat patiënten op veel meer en vaak heel andere gronden dan de prijs hun keuze bepalen voor een bepaalde behandelaar.

Hieronder in het kort de geschiedenis van de opgelegde boete:

Op 26 april 2004 besloot de NMa tot het opleggen van een boete aan de NVVP, NVP, LVE en het NIP als gevolg van een “mogelijke overtreding” van artikel 6 van de Mededingingswet, na een onverwacht onderzoek op 8 april 2003 door een aantal kartelrechercheurs op de bureaus van de genoemde “ondernemersverenigingen in de branche voor psychologische dienstverlening”. De NMa concludeerde dat de verenigingen zich niet hadden gehouden aan het verbod tot het geven van een adviestarief aan de leden. De hoogte van de boete betrof voor de NVVP maar liefst € 70.000,-, die op 22 juli 2004 werd betaald aan de NMa om verhoging met wettelijke rente te voorkomen.

Op 3 juni 2004 werd het bezwaarschrift tegen de beschikking verzonden aan de NMa.
Op 9 september 2004 zond KBS-advocaten de schriftelijke aanvulling van gronden van bezwaar tegen het besluit van de NMa van 26 april.
Op 25 oktober zond de NMa een schriftelijke toelichting op haar standpunt.
Op 5 november 2004 vond op het NMa-kantoor in Den Haag een hoorzitting plaats van de Adviescommissie Bezwaarschriften Mededingingswet, waar de bezwaren mondeling werden toegelicht.
In april 2005 volgde de uitspraak van de Adviescommissie, waarin weliswaar werd toegegeven dat de motivering tot vaststelling van de boete door de NMa ontoereikend was en aanvulling verdiende, maar dat zowel de schuld als de boete in tact bleven.

De NVVP-ledenvergadering was van mening dat geen verdere kosten gemaakt moesten worden voor verweer. Omdat in het bestuursrecht procesvertegenwoordiging door een advocaat niet verplicht is, en omdat NIP en LVE in beroep gingen tegen het NMa-besluit, besloot het bestuur om zelf beroep aan te tekenen zonder inschakeling van een advocaat.
Op 4 augustus 2005 zond het bestuur dus zelf de ‘aanvulling van gronden ter onderbouwing van het beroepschrift’ aan de sector bestuursrecht van de Rechtbank Rotterdam. Mw. mr. M.E.F. Bots van KBS-advocaten stond het bestuur daarbij terzijde.

Op 16 januari 2006 meldde de Rechtbank Rotterdam het vooronderzoek voltooid te hebben en dat de zitting op 8 mei 2006 zou plaatsvinden.
Op 5 april 2006 zond de Raad van Bestuur van de NMa een samengesteld verweerschrift tegen de beroepschriften van NIP, LVE en NVVP.

Op 8 mei 2006 vond de zitting plaats waarbij NIP en LVE zich lieten vertegenwoordigen door hun advocaten. De NVVP werd vertegenwoordigd door het bestuur om de kosten van juridische bijstaand –conform de wens van de ledenvergadering- te beperken.

Op 17 juli 2006 verklaarde de Rechtbank Rotterdam het beroep van NIP, LVE en NVVP gegrond, vernietigde het bestreden NMa-boetebesluit en verlangde van de NMa een nieuwe beslissing op de bezwaren. Voor het eerst in de langdurige procedure een gunstige wending!

De Raad van Bestuur van de NMa tekende in augustus 2006 tegen deze uitspraak hoger beroep aan bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) en zond het aanvullend hoger-beroepschrift op 25 oktober 2006 aan het CBb.
Voor het indienen van een verweerschrift mochten NVVP (en NIP en LVE) wachten totdat de NMa tevens het nieuwe besluit op bezwaar zou nemen. Dat gebeurde op 21 december 2006.

Op 8 februari 2007 zond de NVVP in reactie op het nieuwe besluit een verweerschrift aan het CBb, tevens inhoudende aanvulling van gronden van hoger beroep.
Het bestuur koos er dit keer voor zich wederom te laten bijstaan en vertegenwoordigen door KBS-advocaten, omdat de kans op een gunstige afloop scherper in zicht leek te komen, nu de Rechtbank Rotterdam gunstig had beslist.

Op 21 april 2008 vond een zitting bij het CBb plaats. Mr. Mascha Bots verwoordde de in samenspraak met het NVVP-bestuur opgestelde pleitnota, waarna door het College scherpe vragen werden gesteld aan alle partijen.

Op 6 oktober 2008 deed het College uitspraak naar aanleiding van de zitting. De tweede beslissing op bezwaar werd vernietigd en de NMa werd opgedragen een hernieuwd besluit te nemen.
Dat besluit is nu dus genomen.
De Raad van Bestuur van de NMa overweegt kort gezegd als volgt:
- dat uit de uitspraak van het CBb volgt dat op basis van het dossier niet genoegzaam kan worden vastgesteld dat NIP, LVE en NVVP artikel 6 van de Mw hebben overtreden;
- dat het mededingingsbeperkende karakter van de adviestarieven naar het oordeel van het CBb niet kan worden vastgesteld zonder nader onderzoek naar context en andere relevante omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de keuze van de consument voor een bepaalde aanbieder;
- dat de Raad dit nadere onderzoek niet opportuun acht mede omdat de NMa er te weinig middelen en arbeidscapaciteit voor heeft;
- de Raad besluit om met inachtneming van de uitspraak van het CBb de bezwaren van NIP, LVE en NVVP alsnog gegrond te verklaren en het besluit van 26 april 2004 te herroepen zodat de opgelegde boetes komen te vervallen.

Op 19 maart is onderstaand gezamenlijk persbericht uitgegaan van NIP, LVE en NVVP.

   
cliënten
psychotherapeuten/
klinisch psychologen
gz-psychologen
info voor
homecontactforumnieuwsbrieven
 
zoek psychotherapeut