|
|
Nieuwsbrief september 2008 | Jaargang 15 | nr. 7
Minister wil nu eerst rust in de sector
In juli heeft minister Klink in een brief aan de Tweede Kamer zijn beleidsvoornemens bekend gemaakt voor de GGZ in 2009 en daarna. In het begin van de brief zegt de minister ?ten zeerste te betreuren? dat
voor de vrijgevestigden het declaratieproces zo moeizaam op gang gekomen is dat sommigen hierdoor financiële problemen hebben gekregen. Mede vanwege deze problemen wil de minister in 2009 rust in de sector en geen grote nieuwe stappen. Hij roept zorgverzekeraars op om voldoende aandacht te besteden aan de wijze van contracteren van vrijgevestigden.
Wat betreft de eerstelijnszorg wil de minister de praktijkondersteuner GGZ voor de huisarts nader onderzoeken. Voor het overige zit de eerstelijnszorg – met vrije tarieven – al dicht bij het eindmodel dat de minister voor ogen staat. Dat geldt niet voor de tweedelijns GGZ waar nog een aantal stappen gemaakt moeten worden. Het einddoel is om de bekostiging volledig te laten plaatsvinden op basis van “stabiele DBC’s” en waar mogelijk vrije prijsvorming te laten plaatsvinden. Voorwaarden voor verdere stappen is een toetsing van de NZa of de markt er klaar voor is en de mate van stabiliteit van de DBC’s.
2008
Dit is een overgangsjaar, waarin de invoeringsproblemen alle aandacht vragen. Zorgverzekeraars lopen in 2008 nog geen enkel risico en voor instellingen bestaat een vangnet doordat ze nagecalculeerd worden op basis van de oude AWBZ-parameters. Alleen vrijgevestigden zijn direct op volledige DBC-bekostiging overgegaan.
2009
De minister wil in 2009 helderheid en rust in de sector creëren en geen grote stappen nemen. Zorgverzekeraars lopen in 2009 nog geen risico en voor de instellingen wordt in 2009 het vangnet gehandhaafd (inclusief de dubbele registratie). De minister wil wel de mogelijkheid creëren dat bepaalde DBC-tarieven die nu te laag blijken te zijn (bijv. voor kinder- en jeugdpsychiatrie) door de NZa verhoogd kunnen worden, zowel voor instellingen als voor vrijgevestigden. De eigen bijdrage psychotherapie wordt per 2009 afgeschaft.
Na 2009
Na 2009 wil de minister dat er een A-segment en een B-segment wordt ingevoerd; in het A-segment stelt de overheid de prijzen vast en in het B-segment bestaan vrije prijzen. Onderzoek van de NZa moet uitwijzen bij welke DBC’s vrije prijzen mogelijk zijn. Zorgverzekeraars zullen vanaf 2010 een beperkt risico dragen voor de GGZ-sector. Voor het A-segment (voornamelijk in instellingen) blijft een vangnet bestaan.
Na 2010
Na 2010 moet alle tweedelijns GGZ worden bekostigd op basis van DBC’s, met vrije prijzen waar mogelijk. Over het deel dat vrije prijzen kent zijn zorgverzekeraars volledig risicodragend.
De NVVP heeft in de overleggen steeds benadrukt dat rust en stabiliteit voor 2009 het eerste vereiste zijn. De NVVP is verheugd dat de minister dit standpunt deelt.
De koers die nu is uitgezet betekent echter niet alleen rust en stabiliteit maar ook het handhaven van het ongelijke speelveld dat in 2008 is gecreëerd: verzekeraars geen risico, instellingen een vangnet, vrijgevestigden “vol in de wind”. De NVVP vindt, tezamen met de andere beroepsverenigingen, dat net als voor de instellingen ook voor de vrijgevestigden in 2009 tijdelijk vaste tarieven moeten gelden. Zorgverzekeraars onderhandelen niet met vrijgevestigden, dus er is geen sprake van enige marktwerking, alleen van éénzijdige tariefdictaten. Zolang het eindplaatje niet bereikt is kan het niet zo zijn dat alleen zorgverzekeraars en instellingen in uitzonderingsposities worden geplaatst en vrijgevestigden niet. Dit standpunt heeft het bestuur naar voren gebracht in het bestuurlijk overleg bij VWS.
Geen rentefacturen naar zorgverzekeraars
Zorgverzekeraars geven er de voorkeur aan om na afloop van elk half jaar op basis van de in rekening gebrachte DBC?s op eigen initiatief de rentevergoeding over te maken aan vrijgevestigde zorgaanbieders.
Dit zou dus betekenen dat zelfstandig gevestigde zorgaanbieders geen rentefacturen hoeven op te stellen. Dit schrijft de NZa aan de NVVP in een brief van 22 augustus jl. De brief was een verlate reactie op meerdere brieven die de NVVP het afgelopen jaar aan de NZa geschreven heeft over de voorschotregeling en de rentevergoeding.
Het bestuur van de NVVP overlegt momenteel met Zorgverzekeraars Nederland over de manier waarop de rentevergoedingen, zonder veel administratieve belasting, aan zorgaanbieders kunnen worden uitgekeerd. Klik op de link voor de volledige brief van de NZa.
Knelpunten naar Taskforce Vrijgevestigden
De afgelopen maanden heeft de taskforce vrijgevestigden tientallen knelpunten opgelost of geprobeerd op te lossen. Het ging vooral om onduidelijkheden in het declaratieverkeer met
zorgverzekeraars en het declareren van overloop DBC’s via bijv. VCD en een aantal zorgverzekeraars. Ook werden er diverse knelpunten geconstateerd bij andere softwareleveranciers: bijvoorbeeld bij Perplex lukte het niet om nota’s uit te draaien en het maken van overzichten van af te sluiten DBC’s werkte niet optimaal. Bij RAAM werd geconstateerd dat na beëindiging van een overeenkomst de administratie met de leverancier niet langer zichtbaar was en bij Medicore waren er problemen met het verwerken van specifieke declaraties. Tenslotte werd bij Vektis opgemerkt dat het verrekenpercentage voor diverse onduidelijkheden zorgt. De taskforce pakte alle knelpunten aan door rechtstreeks contact te zoeken met softwareleveranciers, zorgverzekeraars en andere betrokkenen. Overigens is in de afgelopen twee maanden het aantal meldingen van knelpunten gestaag teruggelopen.
U kunt nog steeds uw knelpunten en problemen op het gebied van declaraties, DBC’s, softwareleveranciers en zorgverzekeraars melden bij ons melden. Wij geven deze meldingen door aan de taskforce, die in touw blijft om fouten in het declaratieproces bij te sturen. Hieronder vindt u een Memo van de taskforce van 20 juli jl. waarin doel en werkwijze van de taskforce nog eens wordt toegelicht.
Noodvoorschotten
Diverse leden hebben in de afgelopen maanden een noodvoorschot aangevraagd bij een zorgverzekeraar. Dat ging niet altijd even gemakkelijk zo merkte de NVVP aan de hand van
de emails waarbij u aangaf hoe de aanvraag en verstrekking van het noodvoorschot verliep. Soms kostte het aanvragen en het voldoen aan alle voorwaarden die verzekeraars stelden, veel tijd en energie. Soms leidde dat vervolgens tot een afwijzing. Ook bij goedkeuring duurde het helaas soms een maand voordat de verzekeraar daadwerkelijk het noodvoorschot overmaakte.
De NVVP verneemt graag uw bevindingen m.b.t. het noodvoorschot. U kunt uw ervaringen mailen naar info@nvvp.nl. Het onderwerp (nood)voorschotten is een vast agendapunt in de overleggen met het ministerie van VWS en zorgverzekeraars, waar we uw knelpunten onder de aandacht brengen.
Prestatie-indicatoren zelfstandig gevestigde professionals
In november 2007 is door een werkgroep van Inspectie, GGZ Nederland, NVvP, NVP, NIP, Platform GGZ, ZN en VWS een eerste basisset Prestatie-indicatoren gepresenteerd. Deze basisset heeft als doel openheid en transparantie van de kwaliteit
van de geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg met behulp van één beperkte set met zinnige, goede informatie. Die informatie kunnen hulpverleners dan gebruiken voor hun kwaliteitsbeleid, cliënten om de meest passende zorg te kiezen, verzekeraars bij het inkopen van zorg, en de inspectie voor het houden van toezicht.
Kritiek op die eerst set was dat deze vooral was toegesneden op de GGZ binnen instellingen en onvoldoende aansloot bij de praktijk van zelfstandig werkende professionals.
Daarom is begin dit jaar op initiatief van NVvP, NIP en NVVP een Werkgroep gestart waarin een zet kwaliteitsindicatoren voor de vrijgevestigde praktijk wordt ontwikkeld. In de werkgroep zitten ook vertegenwoordigers van het Landelijk Platform GGZ, ZN, V&VN, GGZ Nederland en de Inspectie Gezondheidszorg.
In het factsheet onder dit artikel kunt u nadere bijzonderheden lezen over de activiteiten van deze werkgroep. De NVVP is van mening dat het van groot belang is voor ons werk om het met alle betrokken partijen op één plaats eens te worden over de manier waarop kwaliteit in ons werk zichtbaar gemaakt wordt, welke meetinstrumenten daarbij gebruikt dienen te worden enz. Wij nemen daarom vanuit de NVVP deel in deze werkgroep, ook om te voorkomen dat we straks te maken hebben met 25 opvattingen over kwaliteit.
Dubbelconsult mogelijk bij eerstelijns psychologische zorg
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft de beleidsregel Tarief en prestatiebeschrijvingen voor eerstelijns psychologische zorg aangepast. De beleidsregel maakt het nu ook mogelijk
om een dubbel individueel eerstelijns psychologisch consult en groepsconsult in rekening te brengen.
De beleidsregel voor eerstelijns psychologie is aangepast omdat in de praktijk hinder werd ondervonden van het feit dat maximaal één prestatie per dag mag worden verricht. De problematiek, de behandelwijze of de diagnostiek vereist soms een aanpak die langer duurt dan het standaard consult van drie kwartier direct cliëntcontact. Bij bijvoorbeeld kinder- en jeugdproblematiek, bij een specifieke therapie (EMDR) en bij bepaalde groepstherapieën is een dubbelconsult voor de behandeling noodzakelijk. Cliënten moeten er wel rekening mee houden dat een dubbel individueel eerstelijns psychologisch consult telt als twee zittingen. Alleen de eerste 8 zittingen vallen onder de Zorgverzekeringswet. Afhankelijk van de voorwaarden komt vanaf de 9e zitting de zorg ten laste van de aanvullende verzekering. De invoeringsdatum van de beleidsregel is 1 juli 2008. Hieronder vindt u de vernieuwde Beleidsregel Tarief en prestaiebeschrijvingen voor eerstelijns psychologische zorg.
Fusies zorgverzekeraars
De reeds bekende (voorgenomen) fusies tussen zorgverzekeraars hebben dit najaar ook consequenties voor de contractering in de ggz.
Zorgverzekeraar CZ zal voor 2009 ook de contractering verzorgen voor de merken Ohra en Delta Lloyd. Zorgverzekeraar Menzis verzorgt de contractering voor het label Azivo. Deze ‘Haagse’ labels zijn daarmee dus gestopt met het zelfstandig contracteren. Het wordt steeds overzichtelijker…
Veelgestelde vragen (FAQ)
In de zomermaanden ontvingen wij weer diverse mails met vragen van leden. Het is voor bestuur en bureau niet altijd mogelijk om op alle vragen individueel te reageren. Daarom een selectie in de Nieuwsbrief.
Vragen over DBC’s
Vraag: mogen zorgverzekeraars DBC-tarieven afronden?
Antwoord: Nee, het is niet toegestaan om bedragen af te ronden. Er gelden landelijke tarieven v.w.b. DBC’s waarbij het niet altijd gaat om afgeronde bedragen. Daarnaast hanteren zorgverzekeraars percentages van de tarieven die zij vergoeden, gebaseerd op de landelijke tarieven waarbij er geen bedragen afgerond worden. Als uw verzekeraar toch bedragen afrond kunt u hen hierop aanspreken.
Vraag: is er een coulanceregeling vergelijk met de overloop DBC’s, voor eerstelijns behandelingen die in 2007 zijn gestart en doorlopen in 2008?
Antwoord: Nee, want de regeling m.b.t. de overloop DBC’s heeft alles te maken met het feit dat er voor DBC’s maximumtarieven zijn vastgesteld. In de eerstelijns psychologische zorg zijn de tarieven vrij en kunnen dus door de zorgaanbieder zelf worden vastgesteld.
Vraag: geldt de 100%-vergoeding van overloop DBC’s alleen voor de naturapolis of ook voor de restitutiepolis?
Antwoord: Elke cliënt heeft recht op 100% vergoeding van een psychotherapeutische behandeling als de behandeling vanuit de AWBZ doorloopt in 2008, ongeacht de vorm van de verzekeringspolis (natura of restitutie) en ongeacht het al dan niet gecontracteerd zijn van diens behandelaar. Voorwaarde is uiteraard wel dat de behandelaar registreert en declareert in een DBC. Een behandelaar zonder contract krijgt in die situatie 100% van de DBC vergoed. Of een zorgaanbieder mét contract 100% krijgt uitbetaald, hangt af van hetgeen daarover in het contract is vastgelegd. Een aantal zorgverzekeraars ziet inmiddels in dat er een voordeel ontstaat voor de niet-gecontracteerde zorgaanbieders als in dat geval het contracttarief wordt toegepast, en heeft daarom de vergoeding van een overloop DBC vastgesteld op 100% voor alle zorgaanbieders. Dit geldt voor UVIT, Agis en Achmea.
Vraag: hoe kan mijn accountant de waarde van DBC’s inschatten? Dit is nodig voor een overzicht dat de belastingdienst vraagt m.b.t. ‘lopende werken’.
Antwoord: de exacte waarde van “onderhanden werk” is in de DBC-systematiek moeilijk te bepalen. U kunt dit wel benaderen door het gemiddelde uurtarief te berekenen dat u heeft ontvangen bij al afgerekende DBC’s. Wanneer u dit uurtarief vermenigvuldigd met het aantal uren dat u wel gewerkt maar nog niet gedeclareerd heeft dan heeft u een redelijke schatting van het “onderhanden werk”.
Vraag: kan ik op een gemakkelijke manier nagaan hoe verzekeraars de eigen bijdrage verrekenen? Incl. of excl. het DBC-tarief?
Antwoord: Zorgverzekeraars hebben op beleidsniveau duidelijk gemaakt dat zij zich niet bezig houden met de verrekening van de eigen bijdragen. Zorgverzekeraars hebben niet de mogelijkheden om de opgave van de zorgaanbieder te controleren en zij beschouwen dit dus als een verantwoordelijkheid van de zorgaanbieder. Zorgverzekeraars verrekenen de eigen bijdrage dus niet; dat doet u zelf.
Vraag: welk beleid wordt gehanteerd bij plotseling overlijden van een psychotherapeut t.a.v. uitstaan van DBC’s?
Antwoord: De NVVP heeft geen expliciet beleid geformuleerd voor gevallen waarbij de psychotherapeut plotseling overlijdt. Het ligt voor de hand dat collega’s met wie de psychotherapeut waarneemafspraken heeft en/of in een intervisiegroep zit de nabestaanden behulpzaam zijn bij het afronden van werkzaamheden, zowel in de patiëntenzorg als administratief.
Vraag: hoe dien ik een waarneming door een collega-psychotherapeut in een DBC te registreren, hoe verloopt het notaverkeer en wat moet er rekening gebracht worden?
Antwoord: In instellingsverband is dit geregeld; in het vrijgevestigde veld niet of nauwelijks. Wanneer we spreken over ‘waarneming’ dan gaat het om verrichtingen die een collega’s als invaller doet in een lopende behandeling van uzelf. In dat geval declareert u de volledige DBC en maakt onderling afspraken over hoe u de waarneming regelt, ook in financieel opzicht. Wanneer het niet gaat om ‘waarneming’ maar om aanvullende behandelactiviteiten (bijv. medicatiebeleid door een collega-psychiater) dan is het mogelijk beiden een DBC te openen met dezelfde primaire diagnose onder de titel ‘medebehandeling’ of ‘intercollegiaal consult’. U typeert de behandeling zelf als ‘reguliere zorg’. Wanneer het gaat om behandelaren die binnen één praktijk werken dan dienen zij de tijd die zij aan dezelfde cliént besteden in één DBC te registreren.
Vraag: is het juist dat een DBC-tarief voor een kennismaking/intake de face-to-face tijd en de indirecte tijd bevat?
Antwoord: ja dat is juist. De therapeut registreert alle verrichtingen rondom het eerste contact (kennismaking/intake), zoals bijvoorbeeld overleg met de huisarts, directe contacttijd, verslaglegging e.d. Als er geen vervolg plaatsvindt en het bij dit ene gesprek blijft kan dit tot een relatief hoge factuur voor de cliënt leiden. Bijvoorbeeld: DBC-diagnostiek 100-200 minuten van € 249 euro. Als de cliënt nog geen eerdere zorgkosten heeft gehad kan het bovendien zo zijn dat deze 150 euro hiervan zelf moet betalen (eigen risico).
Vraag: is het juist dat DIS inzage heeft in de omzet van een praktijk doordat voor nieuwe software voor DIS de productgroepen worden verstrekt?
Antwoord: Sinds DIS software versie 4 (juni 2008) worden de gedeclareerde bedragen van DBC’s meegeleverd aan het DIS. De NVVP is nog maar kort op de hoogte van dit feit. Onderzocht wordt waar dit besloten is, wie hiervoor toestemming heeft gegeven en wij beraden ons in overleg met de NVvP en NIP op onze reactie hierop.
Vragen over contracten
Vraag: welke kwaliteits voorwaarden stelt zorgverzekeraar Achmea aan het kwaliteitscontract?
Antwoord: Deze zijn te vinden in het contract van Achmea dat te vinden is op de website www.achmeazorg.nl. Achmea stelt als belangrijkste eis deelname aan een van de Achmea kwaliteitsbijeenkomsten (2 dagdelen). Achmea heeft een aantal andere, vergelijkbare bijeenkomsten aangewezen die als alternatief voor de bijeenkomst van Achmea kunnen gelden. Hiervoor kunt u contact opnemen met Achmea.
Vraag: Zorgverzekeraar Agis vergoedt rekeningen eerstelijnszorg op basis van prestatiecodes. Hoe kom ik erachter wat die prestatiecodes zijn?
Antwoord: de prestatiecodes voor de eerste lijn zijn opgesteld door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). U kunt de prestatiecodes vinden op de NVVP-website, onder gz-psycholoog, wet- en regelgeving, tarief- en prestatiebeschrijving EPZ. Zie ook elders in deze Nieuwsbrief
Overige vragen
Vraag: is intervisie gekoppeld aan het lidmaatschap van de NVVP?
Antwoord: ja, intervisie is een verplichting voor leden van de NVVP, zie de Kwaliteitscriteria voor de vrijgevestigde psychotherapiepraktijk. Ieder lid dient zelf zorg te dragen voor deelname aan één of meer intervisiegroepen. Regionale verenigingen zijn veelal bereid om te bemiddelen bij het vinden van intervisiegroepen met open plaatsen.
Vraag: stelt de NVVP het lidmaatschap als voorwaarde aan het plaatsen van een annonce?
Antwoord: nee, ook zonder lidmaatschap kunt u het NVVP-secretariaat vragen een annonce te plaatsen op de NVVP-website. Het criterium is of wij denken dat de annonce van belang is/kan zijn voor onze leden.
Vraag: kan de NVVP psychotherapeuten die gestalkt worden door cliënten bijstaan met juridisch advies?
Antwoord: Nee, de NVVP zal gelden t.b.v. juridisch advies alleen inzetten bij kwesties op het terrein van de belangenbehartiging van onze leden. Wanneer een behandelrelatie escaleert is dit op de eerste plaats een behandelinhoudelijke kwestie die besproken dient te worden in intervisie- en/of supervisiecontacten. Wanneer zo’n kwestie gejuridiseerd wordt ligt dit op het terrein van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering en/of de rechtsbijstandverzekering van de betreffende behandelaar.
Vraag: is een psychotherapeut bevoegd voor verwijzing van nader onderzoek voor bijvoorbeeld autisme?
Een psychotherapeut is bevoegd cliënten voor nader onderzoek naar bijv. autisme te verwijzen naar een gespecialiseerd onderzoeker.
|