| Home > Nieuwsbrieven > Nieuwsbrief |
|
Nieuwsbrief april 2008 | Jaargang 15 | nr. 3 Psychologen en psychotherapeuten al meer dan 3 maanden zonder inkomsten! Voor de leden van de NVVP is de maat vol. Er is een noodtoestand ontstaan als gevolg van diverse problemen in het DBC-declaratieverkeer, die na drie maanden van frustratie om actie vraagt. Het bestuur heeft vandaag dan ook een noodkreet uitgestuurd aan de minister van VWS, de staatssecretaris van Financiën, alle fracties in de Tweede Kamer en de media. Zie onderstaande link naar brief en bijlage. In de brief wordt gesteld dat het gaat om een aantal tegelijk optredende factoren: a] de aard van de DBC-systematiek b] onvoldoende werkende softwarepakketten c] zorgverzekeraars (incl. Vektis en Vecozo) die niet klaar zijn voor hun taken d] onwerkbare regelingen m.b.t. voorschotten en rentevergoeding e] onwerkbare regeling m.b.t. de eigen bijdrage psychotherapie f] opstelling van de belastingdienst: geen uitstel van betaling voorlopige aanslagen. Deze factoren zijn elk op zich al voldoende om grote problemen te veroorzaken, maar in combinatie met elkaar zorgen ze voor een onontwarbare kluwen waarvan de ernst door de minister zeer wordt onderschat. De belangrijkste oorzaken zijn de ontoereikende en onwerkbare regelgeving, waarbij voortdurend niet of zeer onvoldoende rekening wordt gehouden met de belangen en de financiële kwetsbaarheid van vrijgevestigde praktijken in de GGZ, het feit dat softwareleveranciers en zorgverzekeraars (incl. Vektis en Vecozo) hun zaken niet op orde hebben en eveneens hun werkwijzen niet kunnen of willen afstemmen op het vrijgevestigde aanbod, en de omstandigheid dat alle partijen voortdurend de verantwoordelijkheid voor falende systemen en regels naar anderen toeschuiven. Het bestuur van de NVVP verwacht van de minister per direct noodmaatregelen onder andere in de vorm van een tegemoetkoming in de gemaakte kosten, het instellen van een noodfonds en het beschikbaar stellen van renteloze leningen tot het moment dat de facturatie functioneert. Hieronder een link naar de website met de uitslag van de enquête die de Werkgroep Praktijkautomatisering in maart onder de leden hield over de facturatieproblemen. Er bleken in de hele beroepsgroep precies vier facturen betaald te zijn en dan ook nog veelal niet met de juiste bedragen……. Recht op het leveren van psychotherapie buiten het verzekeringssysteem? Wie in Nederland naar een huisarts gaat en het consult direct zelf wil afrekenen kan dat rustig doen. Wie in Nederland naar een psychotherapeut gaat en het consult zelf wil afrekenen mag dat niet. De psychotherapeut die daarin toestemt is zelfs strafbaar! NIP, NVP en NVVP zijn het oneens met regelgeving die psychotherapeutische en psychiatrische zorg buiten het DBC-systeem verbiedt. De beroepsverenigingen zijn van mening dat het recht op verzekerde zorg niet behoort te worden opgerekt tot een plicht tot verzekerde zorg. Sinds de invoering van de Zorgverzekeringswet en de overheveling van de GGZ hebben vrijgevestigde psychologen, psychiaters en psychotherapeuten te maken met een dwingende wetgeving. Als aanbieders van geneeskundige zorg zijn zij verplicht: 1) gegevens van de Minimale Data Set aan te leveren (DBC-gegevens aan het DIS), 2) verplicht alleen tarieven in rekening te brengen voor prestaties waarvoor prestatieomschrijvingen zijn vastgesteld, 3) verplicht DBC-tarieven in rekening te brengen omdat dit de enige nog bestaande prestatieomschrijvingen in de tweedelijns GGZ zijn. Wat dus níet meer mag, is dat een psychiater of psychotherapeut een gesprek met een cliënt heeft en daarvoor een rekening stuurt volgens een zittingstarief. Hij mag de afspraak maken met een cliënt dat deze zelf de rekening betaalt, maar die rekening moet een DBC-nota zijn, dient aan diverse eisen te voldoen en mag niet hoger zijn dan het maximum NZa-tarief. De NVVP wil samen met NVP en NIP laten uitzoeken in hoeverre dit juridisch kan: kan en mag de overheid beroepsbeoefenaren zodanig in regels vangen dat ze hun hele beroepsuitoefening c.q. praktijkvoering moeten richten naar het bekostigingssysteem voor de verzekerde zorg? Deze vraag wordt binnenkort voorgelegd aan een gespecialiseerde jurist. Inning en verrekening eigen bijdrage psychotherapie, brief minister aan de Tweede Kamer Op 31 maart informeerde de minister de Tweede Kamer over de inning en de verrekening van de eigen bijdrage psychotherapie. Een citaat uit de brief.. “Ik ben mij er van bewust dat de huidige eigen bijdrage psychotherapie, technisch gezien, niet aansluit bij de DBC-systematiek en dat er dientengevolge praktische bezwaren kleven aan de uitvoering ervan.” “Ik had verwacht dat het voor zorgverzekeraars mogelijk zou moeten zijn om in 2008 tot een praktisch en algemeen geldend systeem van verrekenen te komen, dat de zorgaanbieder zo min mogelijk zou belasten. Ik moet constateren dat het niet is gelukt om een dergelijk systeem te ontwikkelen.” “De door Zorgverzekeraars Nederland voorgestelde verrekening door de aanbieder is op zichzelf mogelijk, maar wordt tegelijkertijd door aanbieders dermate gecompliceerd geacht dat het niet als landelijk systeem kan worden gebruikt.” Maar ondanks dat alles stelt de minister: ”Ik hecht er echter aan de eigen bijdrage psychotherapie in het overgangsjaar 2008 te handhaven.” en tot slot zegt hij: “Ik ga er vanuit dat het zorgverzekeraars in het lokale overleg lukt om samen met zorgaanbieders tot een goede oplossing te komen voor de verrekening van de eigen bijdrage. Ik vertrouw er kortom op dat het overleg op het lokale niveau in de sector er toe leidt dat de geïnde eigen bijdrage op een zo praktische mogelijke manier wordt verrekend.” Zorgverzekeraars kunnen de eigen bijdragen niet verrekenen en ook zorgaanbieders hebben die mogelijkheid niet (behalve bij de overloop-DBC’s), omdat deze aftrekmogelijkheid niet in de softwaresystemen is ingebouwd. De minister handhaaft echter de eigen bijdrage, zonder zich iets van deze uitvoeringsproblemen aan te trekken en tegen de wil van het totale GGZ-veld (zorgverzekeraars, instellingen, vrijgevestigden). Het risico bestaat daardoor dat zorgverzekeraars eigen regels gaan stellen m.b.t. de inning en verrekening van de eigen bijdrage waardoor de administratieve lasten opnieuw op het bord van de individuele zorgaanbieder terechtkomen. Er is immers geen sprake van een lokaal (lees: individueel) overleg tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars. Hoe stelt de minister zich dit eigenlijk voor? Zie hieronder ter informatie de brief van de minister die we in februari ontvingen, in reactie op onze brief van 17 juli 2007 (!) over de overheveling van de GGZ en de brief van de minister van 31 maart 2008. Commentaar NVVP & NIP op aangepaste beleidsregel voorschotten en rentevergoeding onderhanden DBC?s GGZ NIP, NVvP en NVVP hebben de NZa duidelijk kenbaar gemaakt op welke punten de ?Beleidsregel voorschotten en rentevergoeding onderhanden DBC?s GGZ? dient te worden aangepast... om tot een voor vrijgevestigde zorgaanbieders werkbare en rechtvaardige situatie te komen. Inmiddels is de NZa bezig met het aanpassen van de beleidsregel, maar in de eerste versie daarvan is nog niet aan de belangrijkste bezwaren van de drie beroepsverenigingen tegemoet te zijn gekomen. In de concept-aanpassing van de beleidsregel is nu weliswaar expliciet een termijn van factureren genoemd en een peildatum voor het rentepercentage, maar aan het belangrijkste bezwaar van de beroepsverenigingen is geen gehoor gegeven: de meeste zorgaanbieders willen geen voorschotten, bijvoorbeeld omdat hun caseload veel te versnipperd is over veel zorgverzekeraars, of vanwege de vele extra administratieve lasten die het aanvragen van dergelijke voorschotten met zich meebrengt. De beroepsverenigingen zijn van mening dat elke tweedelijns zorgaanbieder (met of zonder contract) in het nieuwe stelsel het totale zorgtraject zelf moet (voor)financieren en daarom recht dient te hebben op de rentevergoeding. De enige reële grond om dit recht te laten vervallen is de situatie dat de zorgaanbieder van de zorgverzekeraar wel een voorschot accepteert. Zoals de regeling nu nog steeds is, betekent dit dat vrijgevestigden die geen contract hebben, beroofd worden van een rentevergoeding waarop ze recht hebben. Vrijgevestigden die wél een contract hebben worden een speelbal van zorgverzekeraars die allemaal verschillende (administratieve) eisen stellen om voor een voorschot in aanmerking te komen. Ziet de zorgaanbieder daarvan af (en de meeste doen dat, en vanuit hun bedrijfsvoering volkomen terecht) dan worden zij eveneens bestraft met de inhouding van een rentevergoeding waarop ze naar onze mening het volste recht hebben. NIP en NVVP hebben de NZa er in een email nog op gewezen dat er in Nederland geen enkele vrijgevestigde GGZ-zorgaanbieder is die weet hoe hij een rentenota "gebaseerd op een doorlooptijd van 5 maanden, met een rente van 1,5 procent boven euribor, gepeild op de 15e van een maand, maandelijks te declareren" moet fabriceren. Hieronder vindt u de brief van NVVP en NIP, waarin ook opnieuw de hoogte van het rentepercentage aan de orde is gesteld. Naar verwachting neemt de Raad van Bestuur van de NZa binnenkort een besluit over de aanpassing van de beleidsregel. Beleidsregel Overige producten GGZ De NZa heeft per 1 april de onderstaande ‘Beleidsregel Overige producten GGZ’ (nr. CI-1058) vastgesteld, die ook geldt voor klinisch psychologen en psychotherapeuten in de tweedelijns GGZ. Het gaat om verrichtingen die niet in het kader van een DBC gedeclareerd kunnen worden. Voor niet-medici zijn met name de tarieven voor “Inlichtingen en rapporten” van belang. Voorschotnota?s aan cliënten zijn niet toegestaan We ontvangen regelmatig vragen van leden en van cliënten over het uitschrijven van voorschotnota?s in afwachting van de uitbetaling van DBC-declaraties. VWS en NZa laten weten dat dit niet is toegestaan, omdat de DBC-nota een integraal tarief is voor een behandeltraject, dat zich niet delen laat. Zij komen op korte termijn met een bericht hierover. Nieuwe vrijstellingsbepaling BTWMet ingang van 1 januari 2008 is de BTW-vrijstellingsbepaling beperkt tot diensten m.b.t. de gezondheidskundige verzorging van de mens. Daarvan is sprake als het voornaamste doel van de (para)medische handeling is: “de bescherming, met inbegrip van instandhouding of herstel, van de gezondheid.” Dat betekent dat in het algemeen (para)medische handelingen in aanmerking komen m.b.t. de diagnose, de behandeling en, voor zoveel mogelijk, de genezing van ziekten of gezondheidsproblemen van de mens. In de gevoerde administratie moeten de gegevens duidelijk en overzichtelijk zijn vastgelegd. Enkele voorbeelden van niet vrijgestelde diensten: - het afgeven van medische verklaringen, het verrichten van medische onderzoeken en/of het opstellen van medische deskundigenrapporten ter zake van aansprakelijkheid, schaderaming of van medische beroepsfouten, ten behoeve een vordering in rechte; - diensten bestaande in onderzoek naar en beschrijving van kwaliteitsnormen binnen de gezondheidszorg; - internetconsulten, tenzij deze voldoen aan de door de KMBG opgestelde richtlijnen; - werkzaamheden van een psycholoog op het vlak van organisatieadvies; - werkzaamheden van een psycholoog voor werkgevers die er op gericht zijn gedragsveranderingen te bewerkstellen bij werknemers ten aanzien van het verbeteren van het functioneren van deze werknemers; - begeleiden van leerlingen door middel van gesprekken en het doorverwijzen naar bijvoorbeeld een GGZ-instelling, scholen voor speciaal onderwijs e.d. door een psycholoog; - het verrichten van onderzoek naar een psychische oorzaak bij verdachten in een strafzaak door psychologen of psychiaters op verzoek van het openbaar ministerie of de rechter. Zie onderstaande link naar uitgebreidere documentatie. Materiële controle: gesprek van de vier beroepsverenigingen met ZN Onlangs verscheen het bericht van het College Bescherming Persoonsgegevens, dat als gevolg van het verstrijken van de termijn voor verlenging, het protocol materiële controle van Zorgverzekeraars Nederland niet langer van kracht is. Dat betekent dat tot nader orde geen materiële controles door zorgverzekeraars mogen worden uitgevoerd. De NVVP heeft daarop samen met het NIP, NVvP en LVE een brief geschreven aan Zorgverzekeraars Nederland met het voorstel tot overleg over verbeteringen in het protocol, voordat dit door ZN opnieuw wordt aangeboden aan het CBP. We hebben al eerder aangegeven dat het protocol verbeteringen verdient t.a.v. de te volgen procedures bij materiële controles, die worden ingesteld bij twijfel aan de rechtmatigheid van declaraties. Daarnaast zal gesproken worden over de inhoud van controle op doelmatigheid. We houden u op de hoogte van de uitkomst van het overleg. Menzis houdt vast aan contractering niet BIG-geregistreerdenZoals we in de vorige nieuwsbrief meldden, contracteert Zorgverzekeraar Menzis eerstelijns zorgaanbieders die niet zijn geregistreerd in de Wet BIG... en volgens het Platform Psychotherapie (NVP, NIP, NVVP en NVvP) niet voldoen aan eisen die minimaal gesteld dienen te worden. Het gaat om therapeuten die lid zijn van de Nederlandse Associatie voor Psychotherapie (NAP, de Nederlandse tak van de European Association for Psychotherapy), die ten onrechte suggereert dat het ECP-cerificaat gelijkwaardig is aan een BIG-registratie als psychotherapeut. Voor het Platform Psychotherapie was dit aanleiding om een brief te sturen aan de Raad van Bestuur van Menzis en aan de NZa. In onderstaande brief van 31 maart jl. houdt Menzis vast aan zijn stellingname en zegt de discussie hiermee eenzijdig te beëindigen. De NZa heeft een korte ontvangstbevestiging gezonden met de mededeling dat de brief intern in behandeling is genomen door de Directie zorgmarkten cure; vóór 16 april zal het Platform een antwoord ontvangen. De Inspectie voor de Gezondheidszorg gaat juridisch onderzoek doen naar de activiteiten en het titelgebruik door de leden van Europsyche, een organisatie voor ambulante GGZ die is gelieerd aan de NAP. Het ministerie van VWS liet desgevraagd onlangs weten NAP-leden niet toe te willen laten tot het BIG-register. Stroomdiagrammen verwijzing naar gz-psycholoog en psychotherapeut /klinisch psycholoog verzonden aan alle huisartsen Vorige week zonden wij alle in Nederland praktiserende huisartsen een gelamineerd stroomdiagram... met daarop concrete aanwijzingen voor verwijzing van kinderen/jeugdigen en volwassenen naar de eerste lijn (gz-psychologen) en de tweede lijn (psychotherapeuten / klinisch psychologen) in de GGZ, tezamen met de NVVP-folder voor verwijzers en een begeleidende brief. De stroomdiagrammen staan op onze website (zie onderstaande link). Binnenkort worden de stroomdiagrammen ter informatie gezonden aan alle belanghebbende verenigingen en aan de zorgverzekeraars. Kwaliteitscriteria versie 2008 Onlangs verscheen de herziene versie van de Kwaliteitscriteria voor de vrijgevestigde praktijk, waarin nu ook wet- en regelgeving voor gz- en klinisch psychologen is opgenomen. De brochure is inmiddels gezonden aan de zorgverzekeraars met daarbij de vermelding dat de criteria sinds de openstelling van de NVVP voor gz-psychologen, ook op hen van toepassing zijn. Dat is mede met het oog op contractering in de eerste lijn van belang. Zie onderstaande link naar de kwaliteitspagina van onze website. Rapport Van der Staak over de toekomst van de gz-psycholoogHet rapport 'De gz-psycholoog van morgen' kwam in september 2007 tot stand in opdracht van het CONO... en gaat over het optimaliseren van de doorstroom van de master naar gz-psycholoog. Zie het volledige rapport via onderstaande link. DBC-GGZ-Helpteam VWS Heeft u vragen over de facturatie van DBC?s, uitleg software, AGB-codes, Vecozo-certificaat? Herhaald bericht: Tot 1 juli 2008 kunt u deze vragen (gratis) stellen aan het speciale Helpteam Vrijgevestigden dat het ministerie van VWS in het leven heeft geroepen. U kunt het Helpteam bereiken van vijf uur ’s middags tot 9 uur ’s avonds op het telefoonnummer 030-689 77 55. Overdag kunt u gewoon gebruik blijven maken van de helpdesk van DBCGGZ op nummer 030-689 77 77. Op het emailadres van het Helpteam (helpteam@dbcggz.nl) krijgt u binnen 24 uur antwoord op uw vragen. Burgerservicenummer in de zorg De Eerste Kamer heeft op 8 april jl. de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg (Wbsn-z) aangenomen. De Wbsn-z treedt op 1 juni 2008 in werking. Dan mag het BSN gebruikt worden door zorgaanbieders, zorgverzekeraars en indicatieorganen. Een jaar na de inwerkingtreding van de Wbsn-z, 1 juni 2009, is het gebruik van het BSN verplicht. Medio mei informeert het ministerie van VWS per brief alle zorgaanbieders, indicatieorganen, zorgverzekeraars en hun ICT-leveranciers over de inwerkingtreding van de Wbsn-z. Zie voor verdere berichtgeving www.minvws.nl. Het BSN maakt in de zorgsector een eind aan de verschillende persoonsnummers die zorgaanbieders, indicatieorganen en zorgverzekeraars nu nog gebruiken. In de wet is verder bepaald dat zorgaanbieders verplicht zijn de identiteit van een patiënt vast te stellen om er zeker van te zijn dat het BSN en de gegevens bij de persoon horen. Dat kan door naar een identiteitsdocument te vragen of door het stellen van een aantal persoonsidentificerende vragen (vergewisplicht). Om de veiligheid van de gegevensuitwisseling te garanderen, wordt voldaan aan internationale en nationale normen. Met de aangenomen wet en hiermee het gebruik van het BSN in de zorg verandert er niets in bestaande wet- en regelgeving over uitwisseling van gegevens. Deze is vastgelegd in onder meer de wet bescherming persoonsgegevens (WBP) en de wet geneeskundige behandelovereenkomst (WGBO). |
|