Mijn NVVP
  Home > Nieuwsbrieven > Nieuwsbrief
print
Nieuwsbrief juni 2007 | Jaargang 14 | nr. 3
Regiegroep Overheveling en besluit Minister
De ‘Regiegroep Overheveling GGZ’ moet de laatste obstakels wegnemen voor de geplande overheveling van de GGZ per 1-1-2008.

Sinds februari jl. functioneert onder leiding van de heer M. Boereboom, directeur Cure van VWS, de ‘Regiegroep Overheveling GGZ’ die de laatste obstakels weg moet nemen, zodat de minister definitief kan besluiten de overheveling van de GGZ per 1-1-2008 te laten plaatsvinden. Aan dit overleg nemen deel VWS, NZa, CVZ, ZN, NVZ, GGZ Nederland, NVVP, NVvP, NIP en LVE. Er bestaat in dit overleg de nodige zorg over de vraag of ICT-systemen tijdig klaar zullen zijn om de overheveling praktisch mogelijk te maken (zie ook elders in deze Nieuwsbrief). Toch worden deze uitvoeringstechnische perikelen niet gezien als het grootste obstakel. Principiëler ligt het vraagstuk van de beheersing van het totale GGZ-volume in 2008. Door het restitutieprincipe, het PGB en de sterk verruimde mogelijkheden voor nieuwe aanbieders vreest het ministerie een (mogelijk forse) overschrijding van het beschikbare GGZ-budget. Als dat realiteit wordt zou de overheid al snel moeten ingrijpen met algemene tariefsverlagingen om de GGZ betaalbaar te houden. Dat wil niemand. De NVVP heeft de afgelopen jaren steeds gepleit voor een beheerste en zorgvuldige overgang, waarbij niet alles tegelijk moet veranderen. De overheveling en de invoering van de DBC’s zijn een dermate ingewikkelde logistieke operatie dat wij het noodzakelijk vinden dat tarieven en de eventuele instroom van nieuwe aanbieders (instellingen) voor 1 à 2 jaar worden vastgelegd. Vanuit de overheid (NZa) is er echter een zeer sterke druk om de marktwerking direct vanaf 2008 zo volledig mogelijk van toepassing te laten zijn. Tarieven (wel gemaximeerd) zullen dan onderhandelbaar zijn en de instroom van nieuwe aanbieders goeddeels vrij. Een grote volumestijging wordt overigens niet verwacht bij de vrijgevestigden maar mogelijk wel door de toetreding van nieuwe instellingen, die zich naar verwachting vooral op de kortdurende ambulante zorg zullen richten.
Om uit deze knoop te komen, liggen voorstellen op tafel om verzekeraars meer risico te laten dragen en het maken van volumeafspraken (contracten) aantrekkelijker te maken in vergelijking met het niet afsluiten van contracten. Probleem is echter dat de nieuwe wetgeving zeer weinig ruimte laat voor dergelijke ‘sturende’ maatregelen. Een aantal brancheorganisaties vindt het onaanvaardbaar om tot afspraken over volumes gedwongen te worden, omdat zij niet klem willen komen te zitten tussen een beperkt volume en een (mogelijk) grotere vraag. In dat geval dient eerder de vraag afgeremd te worden door beperking van aanspraken of het inbouwen van drempels. Over de eigen bijdrage is – behalve de eigen bijdrage van € 150 voor alle verzekerden – nog geen besluit genomen, maar de ministerraad speelt sterk met de gedachte een aparte, extra eigen bijdrage in te voeren voor de GGZ. De cliëntenorganisaties hebben al aangekondigd zich fel te zullen verzetten tegen zo’n extra eigen bijdrage in de tweedelijns GGZ, omdat hiermee GGZ gebruikers gediscrimineerd worden t.o.v. gebruikers van andere specialistische zorg. Daarnaast willen de cliëntenorganisaties dat het PGB in de GGZ gehandhaafd blijft.
De standpunten die de NVVP in dit overleg inneemt zijn (beknopt):
- Tijdelijk (1 à 2 jaar) vaste DBC-tarieven en afremmen van de toetreding van nieuwe aanbieders om een ordelijke overgang naar het nieuwe stelsel mogelijk te maken;
- Geen volumemaatregelen voor vrijgevestigden (dit gaat om een zeer beperkt aandeel in het totale volume); wél het stimuleren van contractafspraken door contractering aantrekkelijk te maken voor zorgaanbieders;
- Snelle helderheid over de vraag wie ‘bevoegd en bekwaam’ is om een DBC te openen;
- Geen aparte extra eigen bijdrage voor GGZ-gebruikers.
Omdat polissen van zorgverzekeraars tijdig moeten worden aangepast zal de minister uiterlijk rond 1 juli a.s. definitieve besluiten moeten nemen omtrent de overheveling.
Gesprekken NVVP met zorgverzekeraars
Bestuursleden van de NVVP hebben de afgelopen maanden gesprekken gevoerd met diverse zorgverzekeraars over de wijze waarop zij in 2008 GGZ-zorg willen inkopen en vergoeden.

Er vonden één of meer gesprekken plaats met Achmea, CZ/OZ, de combinatie Univé-IZA-VGZ-Trias (UVIT) en Multizorg (namens ONVZ, DSW en de Amersfoortse). Parallel daaraan wordt overleg gevoerd met de koepelorganisatie Zorgverzekeraars Nederland.
De gesprekken hebben vaak een inhoudelijk karakter omdat voor alle zorgverzekeraars de GGZ nieuw terrein is. Gesproken wordt over de werkwijze van psychotherapeuten, de afbakening van het behandeldomein, het onderscheid tussen eerstelijns en tweedelijns GGZ en de kwaliteitswaarborgen van vrijgevestigde psychotherapeuten.
Daarnaast worden contractering en declaratie besproken. Omdat een aantal zaken in het nieuwe stelsel nog niet bekend is (definitief besluit overheveling, eigen bijdragen, tarieven DBC’s) hebben de gesprekken een verkennend karakter. De meeste zorgverzekeraars lijken zowel natura- als restitutiepolissen te gaan aanbieden, ofschoon de nadruk op natura zal liggen. Daarvoor wil men zoveel mogelijk vrijgevestigde psychotherapeuten contracteren, veelal op contracten die landelijk uniform zijn en die veel gelijkenis vertonen met de huidige overeenkomsten met zorgkantoren. De meeste zorgverzekeraars willen dat de declaraties digitaal worden aangeleverd via VECOZO. Het is nog onduidelijk of zij dezelfde tarieven zullen betalen bij restitutie als bij natura, of dat bij restitutie lagere tarieven gaan gelden. Dat kan ook verschillen per zorgverzekeraar. Tot dusver weigeren de meeste zorgverzekeraars om in 2008 met voorschotten te gaan werken.
De NVVP brengt in deze gesprekken naar voren dat, als zorgverzekeraars contracten willen met vrijgevestigde psychotherapeuten, ze deze contracten voldoende aantrekkelijk moeten maken om hen te weerhouden van de restitutiemogelijkheid gebruik te maken. Dat kan via de hoogte van het tarief, door voorschotten te verstrekken, door toeslagen te geven voor kwaliteitsprojecten, risicogroepen en toegankelijkheid of door eigen bijdragen van cliënten te vergoeden vanuit de aanvullende polis.
Verder wil de NVVP dat instellingen, psychiaters en psychotherapeuten gelijk behandeld worden als het gaat om de mogelijkheid delen van een DBC door andere gekwalificeerde hulpverleners te laten uitvoeren. Een enkele verzekeraar eist uitsluitend van psychotherapeuten dat deze de behandeling geheel persoonlijk uitvoeren; dit is ook vanuit concurrentieoverwegingen onacceptabel.
Ten slotte zal de NVVP in de gesprekken steeds meer aandacht gaan geven aan de vraag of een zorgverzekeraar bij de overgang rond 1-1-2008 adequaat kan reageren op ICT-problemen, zowel bij de zorgaanbieder als bij de zorgverzekeraar zelf. Wij zullen zorgverzekeraars beoordelen op de vraag of men in staat en bereid is om ‘bypasses’ te creëren (bijv. in de vorm van tijdelijke papieren declaratie) wanneer de ICT op 1 januari nog haperingen vertoont. De NVVP zal in het najaar van 2007 tijdig aan de leden kenbaar maken welke zorgverzekeraars deze faciliteiten bieden en welke niet.

Een aantal zorgverzekeraars organiseert vanaf de zomer voorlichtingsbijeenkomsten voor GGZ-zorgaanbieders om hun beleid te verduidelijken. De NVVP stelt aan deze verzekeraars het adressenbestand van de leden beschikbaar zodat u daarover door verzekeraars tijdig geïnformeerd kunt worden.
64 procent van de psychotherapeuten registreert DBC’s
Uit een steekproef die het bureau B&A in opdracht van het ministerie van VWS in april/mei 2007 heeft uitgevoerd onder 278 zelfstandig gevestigden is gebleken, dat 64% van de vrijgevestigde psychotherapeuten inmiddels DBC’s registreert.

Ze doen dit vooral “omdat het moet” en omdat ze anders in 2008 geen geld meer krijgen, maar ze ervaren de systematiek als zeer bureaucratisch.
Men is goed bekend met het DIS, maar procedures worden als ingewikkeld ervaren en testleveringen mislukken nogal eens. Degenen die níet registreren (36%) doen dit vooral vanwege automatiseringsproblemen; tweederde van de niet-registreerders verwacht uiterlijk 1 januari 2008 wel DBC’s te zullen registreren. Zo’n 12% van de psychotherapeuten geeft aan ook in de toekomst geen DBC’s te zullen registreren; soms uit principe, soms ook vanwege de kleine omvang van de praktijk of de gevorderde leeftijd.
De onderzoekers concluderen dat de problemen met de automatisering worden onderschat en erg demotiverend werken op het registreren. Er valt vooral veel te verbeteren aan de functionaliteit en de gebruikersvriendelijkheid van de software en de ondersteuning van gebruikers door de leveranciers.
Audit DBC-validatie
De projectgroep DBCGGZ krijgt al enige tijd signalen dat er problemen bestaan bij de opgeleverde software en de ondersteuning door ICT-leveranciers.

In dit kader heeft men de softwareleveranciers aangeschreven om hun DBC-validatiemodule in een audit te laten beoordelen. Zorgaanbieders en zorgverzekeraars zijn immers sterk afhankelijk van de kwaliteit van deze validatie, omdat de gegevens daar technisch en inhoudelijk (spelregels) worden gecontroleerd en de productgroep wordt afgeleid. Validatiemodules die onvoldoende functioneren leiden ertoe dat aanleveringen aan het DIS worden afgekeurd. Ook verzekeraars moeten straks bij de facturering blind kunnen varen op deze modules.
We beperken ons hier tot de resultaten van de softwareleveranciers van pakketten voor vrijgevestigde praktijken (en laten de leveranciers van instellingen buiten beschouwing):
1) één leverancier (Medicore) scoorde voldoende;
2) één leverancier (VCD) scoorde matig;
3) drie leveranciers (Intramed, Pioen en Partners en Prosoftware) scoorden onvoldoende;
4) vijf leveranciers waren moeilijk bereikbaar of hebben de audit uitgesteld (Raam, Webvis, Zilos, Datamedicare en Mentaal beter).
De NVVP heeft in overleg met het ministerie en in de projectgroep DBCGGZ aangegeven grote zorgen te hebben over het achterblijven van deze leveranciers, omdat zorgaanbieders bij hun praktijkvoering straks volledig afhankelijk zullen zijn van het functioneren van hun pakketten. Het ministerie heeft toegezegd op korte termijn met de betreffende softwareleveranciers om de tafel te gaan.
Quickscan ICT-knelpunten
De projectgroep DBCGGZ heeft een zgn. Quickscan laten uitvoeren bij de softwareleveranciers om helderheid te krijgen over de aard en oorzaken van de knelpunten op dit vlak.

In het onderzoek zijn naast de softwareleveranciers ook zorgaanbieders geïnterviewd.
In de Quickscan wordt geen aandacht besteed aan wat wel goed loopt. De onderzoekers geven aan dat er inmiddels veel inspanningen geleverd zijn door alle partijen maar dat zich niettemin nog een groot aantal knelpunten voordoet, die opgelost moeten worden om de DBC-facturatie in 2008 goed te laten verlopen. Beknopt weergegeven komen die hierop neer:
• de planning tot 1-1-2008 van implementatie en testen zijn onvoldoende op elkaar afgestemd; te veel dreigt te moeten gebeuren in het laatste kwartaal van 2007;
• softwarepakketten bieden te weinig ondersteuning en feedbackinformatie; men kan niet zien wat er geregistreerd wordt en dit controleren;
• teveel fouten in de software; oplossingen/updates geven soms weer nieuwe fouten;
&bullfacturatiemodules komen te laat waardoor ze onvoldoende getest kunnen worden; een deel van de zorgaanbieders is onvoldoende bekend met digitaal factureren;
• facturatiemodules moeten worden gekoppeld aan de financiële software; hierbij worden nog veel problemen verwacht;
• de planning van de diverse testen is in de praktijk te optimistisch; de uitvoering hiervan blijkt steeds weerbarstiger dan gedacht;
• ‘historische DBC’s’ (vanaf 1-1-2006) kosten zorgaanbieders zeer veel tijd waarvan het nut niet wordt ingezien;
• aantal specificaties (bijv. eigen bijdragen, tarieven e.d.) zijn nog niet bekend;
• er is te weinig contact tussen technici en behandelinhoudelijke medewerkers; technici praten teveel met technici.
De NVVP heeft in het overleg met ministerie en projectgroep DBCGGZ haar grote zorg uitgesproken over deze knelpunten en er met klem op aangedrongen dat er voor 1 juli a.s. een realistische inschatting wordt gemaakt van de zaken die op 1-1-2008 vermoedelijk/mogelijk nog niet (voldoende) functioneren, zodat daarvoor tijdig (nood)oplossingen gevonden kunnen worden. Deze risicoanalyse is toegezegd.
ONVZ
De ONVZ stelt als voorwaarde voor vergoeding van psychologische hulp dat een behandelplan met medische indicatie door de behandelaar moet worden opgestuurd.

Meerdere NVVP-leden maakten melding van het feit dat cliënten, die aanvullend verzekerd zijn bij ONVZ een brief ontvingen waarin als voorwaarde voor vergoeding van psychologische hulp gevraagd wordt om een behandelplan van de behandelend psycholoog, met daarin de medische indicatie voor de behandelingen en tijdsduur/afbouwend karakter van het aantal behandelingen.
Na een juridisch onderzoek naar de rechtmatigheid hiervan, wijst het bestuur er in onderstaande brief aan ONVZ d.d. 23 mei jl. met grote nadruk op, dat de zorgverzekeraar hiermee wettelijke regels overschrijdt. ONVZ is gerechtigd een indicatie-eis te stellen (bijv. behandeling op verwijzing van huisarts, bedrijfsarts e.d.), maar heeft geen recht op inhoudelijke informatie over die verwijzing en evenmin op inhoudelijke informatie in de vorm van een behandelplan.
Evenmin is deze informatie juridisch gezien noodzakelijk. Alleen al het feit dat in het verleden niet werd gevraagd om deze informatie en dat andere zorgverzekeraars bij soortgelijke polissen deze informatie niet vragen, maakt duidelijk dat het hier níet om noodzakelijke informatie gaat.
Het NVVP-bestuur dringt er daarom bij ONVZ met klem op aan om in het vervolg alleen informatie-eisen te stellen die passen binnen de wet.
Het bestuur raadt leden aan om cliënten die dit betreft hierover te informeren.
Kort geding Consumentenbond tegen ONVZ
De Consumentenbond spande, ondersteund door de NPCF, op 24 mei jl. een kort geding aan tegen ONVZ vanwege de tussentijdse poliswijziging die deze zorgverzekeraar doorvoert.

Het betreft hier onder meer een drastische beperking van het te vergoeden aantal psychotherapiesessies per 15 april jl. De NPCF acht het onacceptabel dat ONVZ haar algemene voorwaarden gedurende een verzekerd jaar eenzijdig wijzigt, omdat er in een dergelijke situatie sprake is van misleiding en rechtsongelijkheid. De uitspraak van het kort geding wordt circa twee weken na de zitting verwacht.
Uitbreiding NVVP-website
Vanwege de uitbreiding van de functionaliteit van onze website (www.nvvp.nl) vond tussen 10 en 15 mei jl. een overstap plaats naar een andere internetprovider.

Er is onder meer een zoek- en een printfunctie bijgekomen, en de zoekmachine Zoek psychotherapeut werd uitgebreid.
Gedurende die transitie werden mutaties niet doorgevoerd. Dat betekent dat de leden die in die dagen hun persoonlijke gegevens hebben aangepast, dit nogmaals moeten doen omdat ze niet zijn opgeslagen. We hebben hierover geen e-mailbericht uitgestuurd, omdat het naar verwachting een klein aantal leden betreft. Onze excuses voor dit ongemak.
Nieuw loket voor AGB-code
Per 1 juli 2007 opent Vektis een centraal loket voor het opvragen van de AGB-code via www.agbcode.nl of 0900-AGBCODE (0900-2422633) (10ct. per minuut).

Tot die datum verlopen nieuwe aanmeldingen en adreswijzigingen nog via de zorgverzekeraars.
Vektis bv is het informatiecentrum voor de zorgverzekeringsbranche en richt zich zowel op de branche als op individuele zorgverzekeraars. Het levert producten en diensten op het terrein van ICT, standaarden, statistiek en actuariaat.
Rogers nog steeds met stip op één! (Column van Dick Bouman)
Veel psychotherapeuten vragen zich deze dagen af waar het met hun vak naartoe gaat.

In het basispakket van de zorgverzekering? Ja, het zál me wat, denken velen als in de late uurtjes hun computerprogramma voor de zoveelste keer niet doet wat het belooft. Als ze weekenden bezig zijn om DIS-aanleveringen te produceren die maar niet gevalideerd willen worden. En als ze zich afvragen hoe onvoldoende geteste ICT-programma’s straks facturen en betalingen moeten opleveren die nodig zijn om ook in 2008 de vaste lasten te kunnen betalen.
Er zijn ook psychotherapeuten die er op vertrouwen dat de automatiseringsperikelen voorbij zullen gaan en zich vooral afvragen in welke wereld we dán terecht zullen komen. De wereld van de marktwerking, zorgverzekeraars die korte en snelle ‘evidence based’ behandelingen zullen eisen, psychofarmaca als voorkeursbehandeling, instant behandelingen volgens protocol….?

Het is bij zulke doemgedachten goed om even de blik te verruimen en bijvoorbeeld te kijken bij onze collega’s in de VS, waar al jaren geleden het betalingssysteem radicaal veranderd is in een richting die wij nu ook meemaken. Wat is daar gebeurd met de inhoud van het vak?

De Psychotherapy Networker vierde dit voorjaar haar 25-jarig bestaan met o.a. een onderzoek naar de vraag wie er anno 2007 in de beroepspraktijk geldt als de meest invloedrijke psychotherapeut en welke psychotherapeutische benadering (of combinatie daarvan) in het veld het meeste opgeld doet. Een kwart eeuw geleden deed de American Psychologist eenzelfde onderzoek en het is aardig om de resultaten van beide onderzoeken te vergelijken. Het onderzoek in 1982 werd gehouden onder 800 psychotherapeuten; dit voorjaar waren er maar liefst 2598 respondenten; voor 75% vrouw, 90% blank en gemiddeld 51 jaar oud.

Het mag toch wel verrassend heten dat zowel in 1982 als in 2007 Carl Rogers met grote voorsprong werd aangewezen als de meest invloedrijke psychotherapeut. Ondanks veranderde betalingssystemen en ondanks dat iedereen de mond vol heeft van kort, snel, pillen en evidence based is het kennelijk zo dat deze rustige non-directieve therapievorm van 50 jaar oud tot in 2007 een belangrijk ijkpunt blijft. Deze resultaten doen vermoeden dat de heilige drie-eenheid van Rogers alle dagelijkse rumoer in het vak overstijgt. “Unconditional positive regard” ofwel de volledige acceptatie van de cliënt zoals deze is; het inleven in de cliënt en dit duidelijk kunnen communiceren en congruent of echt/authentiek zijn in het contact met cliënten. Het lijkt er op dat zelfs de meest hardboiled directieve protocoltherapeut het van tijd tot tijd niet kan stellen zonder enig reflectief luisteren…
De top 10 die onze Amerikaanse collega’s aanwezen waren in volgorde Rogers, Beck, Minuchin, Yalom, Satir, Ellis, Bowen, Jung, Erickson en Gottman.

En welke benaderingen hanteren deze therapeuten zelf? Niet minder dan 96% geeft aan eclectisch te werken en dus uit meerdere benaderingen te putten. Slechts één op de 25 werkt monomethodisch. Het hoogst scoorde de cognitieve gedragstherapie die door 69% van de therapeuten alleen of in combinatie met andere methoden wordt toegepast. Daarna volgde de relatie- en gezinstherapie (50%), mindfulness (41%), psychodynamische/psychoanalytische methoden (35%) en procesgerichte gesprekstherapie (31%)
Wat in vergelijking met 1982 vooral opvalt is de sterke toename van werkwijzen uit de relatie- en gezinstherapie (en dus kennelijk een toename van het betrekken van de context in therapie) van 2,6% in 1982 naar 50% in 2007. Ook het feit dat drie bekende systeemtherapeuten de top 10 haalden (Minuchin, Satir en Bowen) tegenover slechts één (Haley) in 1982 wijst in die richting. Van de psychodynamisch/psychoanalytisch werkende therapeuten gaf in 1982 nog 11% aan deze werkwijze exclusief toe te passen; in 2007 was dit nog slechts 0,5%.

Is er nog hoop…?
   
cliënten
psychotherapeuten/
klinisch psychologen
gz-psychologen
info voor
homecontactforumnieuwsbrieven
 
zoek psychotherapeut