| Home > Nieuwsbrieven > Nieuwsbrief |
|
Nieuwsbrief december 2006 | Jaargang 13 | nr. 8 CBP toch akkoord met diagnose-informatie op factuur Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) heeft in een brief van 6 december jl. aangegeven akkoord te kunnen gaan met de voorgestelde DBC-GGZ-declaratiestructuur. Dit betekent dat voor de korte ambulante en klinische behandelingen er GEEN diagnose-informatie op de factuur wordt vermeld. Voor de lange ambulante behandelingen wordt de diagnoseclassificatie op hoofdgroepniveau vermeld op de factuur. De hoofdgroepen zijn 14 geclusterde DSM-groepen zoals die vermeld staan in een notitie van het Ministerie van VWS waarmee het CBP akkoord is gegaan. U kunt deze notitie opvragen bij het NVVP-bureau (info@nvvp.nl). Het CBP stelt dat zij het wettelijk verankerde medisch beroepsgeheim als uitgangspunt heeft genomen en dat dit in principe geen verstrekking van diagnose-informatie over de patiënt toestaat. Het ministerie heeft het CBP echter toch van de noodzaak hiervan kunnen overtuigen. Het CBP geeft hierbij verder nog aan dat “de belangen van de geheimhouding en dus de vertrouwelijkheid zwaar wegen, zeker met het oog op de specifieke aspecten van de GGZ-zorg”. Voor het vermelden van diagnose-informatie op de declaratie bij korte ambulante behandelingen en klinische behandelingen zal opnieuw overleg nodig zijn van het ministerie van VWS en andere betrokken partijen met het CBP. Het College stelt dat “de Wet Bescherming Persoonsgegevens en het medisch beroepsgeheim niet of nauwelijks ruimte bieden voor verdere uitbreiding van vermelding van diagnose-informatie op de GGZ-declaratie en dat het CBP een eventuele uitbreiding in de toekomst daarom uiterst gereserveerd tegemoet zal zien”. Ten slotte constateert het CBP dat informatie over zorgtypen die verband houden met een rechterlijke uitspraak (bijvoorbeeld 'rechterlijke machtiging') niet op de declaratie aan de verzekeraars zal worden vermeld. Het bestuur van de NVVP vindt het teleurstellend dat het CBP op haar eerdere, principiële stellingname is teruggekomen. Zelfs al gaat het om diagnose-informatie die versleuteld wordt en in de vorm van codes op de factuur wordt gezet, toch is hier sprake van het doorbreken van het beroepsgeheim en daarmee van de vertrouwelijkheid van de spreekkamer. De NVVP laat zich op dit moment door juristen informeren over de mogelijkheden om deze beslissing op haar juridische houdbaarheid te toetsen volgens het Nederlandse en het Europese recht. Protocol verlenging psychotherapie Zoals al geruime tijd is aangekondigd zullen psychotherapeutische behandelingen vanaf 1 januari 2007 verlengd kunnen worden wanneer daarvoor een indicatie bestaat. Het College Voor Zorgverzekeringen heeft deze week een brief naar de zorgkantoren gestuurd (zie de link onderaan dit artikel) waarin de regeling wordt beschreven (Besluit psychotherapie 2007). In een gedeelte uit de Nota van Toelichting (uit Staatsblad 2006/464) wordt de achtergrond van het besluit toegelicht. Het indicatieprotocol en het V-formulier Voor psychotherapeuten is het belangrijkste stuk het Indicatieprotocol met toelichting dat u met het V-formulier en de Nota van Toelichting kunt downloaden van de NVVP-website: www.nvvp.nl > info voor psychotherapeuten > praktijkvoering > AWBZ. U dient dit protocol in te vullen en in het dossier te bewaren. U mag de behandeling voortzetten als de totaalscore op dit formulier ten minste 21 punten bedraagt. Elke verlenging van de behandeling boven de 25 sessies moet met het vernieuwde V-formulier gemeld worden aan het zorgkantoor: • verlengingen vanwege de diagnose persoonlijkheidsstoornis • verlengingen vanwege de leeftijd <18 jaar • verlengingen vanwege het nieuwe protocol. Voor psychotherapeuten lopen deze meldingen altijd via de regionale toetsingscommissies. Visitatie Het bestuur heeft een aantal brieven van leden gekregen met ongeruste reacties op het pilotproject Visitatie. Ook op de najaarsledenvergadering is het onderwerp visitatie indringend besproken. In reactie daarop benadrukt het bestuur dat intercollegiale visitatie voor de NVVP een belangrijk kwaliteitsproject is dat een aantal jaren nodig heeft om tot ontwikkeling te komen. Bij de visitatie zoals deze nu ontwikkeld wordt gaat het om visitatie door vakgenoten c.q. psychotherapeuten, en níet door buitenstaanders. Bij de verdere ontwikkeling zal het bestuur bewaken dat de visitatie voldoende inhoudelijk gewicht heeft om voor de buitenwereld een geloofwaardig kwaliteitsinstrument te zijn. Visitatie vindt plaats op basis van vrijwilligheid. Op den duur wil het bestuur de visitatie-eis koppelen aan het lidmaatschap van de NVVP, maar dat kan pas als alle leden binnen een redelijke termijn en tegen redelijke kosten gevisiteerd kunnen worden. De NVVP zal zich er sterk tegen verzetten als zorgverzekeraars -voor het zover is- het wel of niet gevisiteerd-zijn zouden gebruiken als een basis voor tariefdifferentiatie. Informatiebijeenkomst DBC's 17 en 31 januari Op 17 en 31 januari 2007 worden in Meeting Plaza in hartje Utrecht de laatste informatieve bijeenkomsten gehouden over alle praktische zaken rondom de DBC-registratie. Er wordt op beide avonden informatie gegeven over de productstructuur, de software en de praktijk van de DIS-aanlevering en registratie. Vrijwel alle softwareleveranciers zijn van de partij, als ook mensen van het DIS, vanuit de LWDO en Capgemini. De bijeenkomsten duren van 16.00 tot circa 21.00 uur. Mocht u er behoefte aan hebben beide bijeenkomsten te bezoeken, dan kan dat ook; de programma’s zijn identiek. Voor eten en drinken wordt gezorgd. U kunt zich opgeven bij het NVVP-bureau via info@nvvp.nl. We willen graag van de deelnemers weten of en zo ja, welke software u reeds gebruikt in uw praktijk. Wilt u ons dat laten weten? Mocht u concrete informatievragen hebben dan is het handig als u ook die van tevoren aan ons doorgeeft. Brief FGzP en reactie bestuur: wat hebben we wél bereikt Het NVVP-bestuur schreef drie brieven aan de Registratiecommissie en het College Specialismen Gezondheidszorgpsycholoog over de overgangsregeling voor gz-psychologen/psychotherapeuten voor het register klinisch psycholoog. Het bestuur heeft besloten het hierbij te laten. Dankzij onze brieven is het College teruggekomen op haar eerdere standpunt om werkervaring in de vrijgevestigde praktijk niet mee te tellen, maar stelt daaraan wel bijzondere eisen. Psychotherapeuten worden geacht voldaan te hebben aan de deskundigheidseisen op het gebied van behandeling. Deskundigheid op het gebied van diagnostiek en indicatiestelling dient aangetoond te worden. De eisen voor werkervaring die het College stelt zijn afgeleid van de eisen die opleidingen in dit kader stellen. Het College benadrukt dat vrijgevestigden wel in aanmerking komen voor inschrijving in het register maar dat zij daarvoor de scholing op het gebied van psychodiagnostiek en indicatiestelling moeten hebben gevolgd. Eigen bijdrage AWBZ 2007 De eigen bijdrage in het kader van de AWBZ-vergoedingsregeling blijft in 2007 gelijk aan die in 2006. - Individuele psychotherapie (45 minuten): 1 x eigen bijdrage van € 15,20 - Partnerrelatietherapie (90 minuten): 1 x eigen bijdrage van € 15,20 - Gezinstherapie (120 minuten): 1 x eigen bijdrage van € 15,20 - Groepstherapie (120 minuten): de eigen bijdrage van het aantal deelnemers - De eigen bijdrage bedraagt maximaal € 684 per jaar (= 45 sessies) - Voor het schrijven van het indicatieverslag wordt 1 extra sessie gedeclareerd. Deze sessie wordt echter niet in mindering gebracht op het totale aantal sessies. Over het schrijven van het indicatieverslag hoeft géén eigen bijdrage geïnd te worden; de psychotherapeut ontvangt het volledige tarief van het zorgkantoor. De NVVP groeit Doordat opleidingen lang hebben stil gelegen stagneert momenteel de groei van het aantal psychotherapeuten. Pas over enkele jaren verwachten we weer nieuw opgeleide vakgenoten. Des te verheugender is het dat de NVVP nog steeds groeit. In 2006 hebben we 4 leden vanwege wanbetaling moeten royeren en hebben 47 leden hun lidmaatschap opgezegd. Dat gebeurde bij 19 leden vanwege het beëindigen van hun praktijk; bij 19 leden om onbekende reden en bij 9 leden omdat ze het oneens zijn met het beleid van de overheid en/of het beleid van de NVVP. Daar tegenover hebben we in het afgelopen jaar 64 nieuwe leden mogen inschrijven. De NVVP heeft op dit moment 1070 leden. Dank voor Zuid-Nederlands aandeel in WPa-enquête. In onze berichtgeving over de enquête praktijkautomatisering (Nieuwsbrief september 2006) hebben we ten onrechte verzuimd te vermelden dat de resultaten van deze enquête voor Zuid-Nederland gebaseerd zijn op de enquête die onze collega’s in het zuiden o.l.v. Jan Graat dit voorjaar hebben gehouden. De Werkgroep Praktijkautomatisering heeft de samenwerking met ‘het zuiden’ zeer op prijs gesteld. Doorbraakproject implementatie richtlijn angststoornissen Enige tijd geleden heeft iedere zorgaanbieder in de eerste- en tweedelijns-GGZ, van ZonMw een folder ontvangen waarin gewezen werd op de mogelijkheid van deelname aan dit project. Het ministerie van VWS heeft ZonMw verzocht om samen met het Trimbos-instituut, de brancheorganisaties, beroepsverenigingen van zorgaanbieders en het Landelijk Platform van cliënten en familieorganisaties in de GGZ, te komen tot verbeterplannen in de geestelijke gezondheidszorg. Een onderdeel hiervan is de implementatie van multidisciplinaire richtlijnen d.m.v. zogenaamde ‘doorbraakprojecten’. Tijdens een doorbraakproject vormen ketens van zorgaanbieders een tijdelijk samenwerkingsverband waarin zij werken aan het bereiken van verbeteringen op een van tevoren geselecteerd onderwerp (in dit geval implementatie van de richtlijn Angststoornissen). Daarbij worden zij begeleid door een team van inhoudelijk en methodisch deskundigen. De ervaring leert dat de binnen de teams opgedane kennis zich verspreidt over het veld. Het is de bedoeling dat er vanaf nu 10 tot 12 regionale teams geformeerd worden met professionals uit de 1e en 2e lijn , bestaande uit huisartsen, spv’s, eerstelijnspsychologen/gz-psychologen; psychiaters en psychotherapeuten. Deze teams gaan proberen, gedurende maximaal 1 a 1½ jaar, de samenwerking rond en behandeling van angststoornissen te verbeteren. Te denken valt aan: betere herkenning door huisartsen, onderscheid maken tussen angstklachten en angststoornissen, betere samenwerking tussen de lijnen, afstemming van medicatie en therapie etc. etc.; dit alles onder begeleiding van het Trimbos-instituut dat de expertise levert en de coördinatie op zich neemt als uitvoerder van het project. Belang voor psychotherapeuten Door deelname aan een dergelijk team kan een deelnemende psychotherapeut zijn expertise op het gebied van de behandeling van angst vergroten. Hierbij moet ook gedacht worden aan inhoudelijke expertise. Bij eerdere doorbraakprojecten m.b.t. depressie (2 x) ontbraken de psychotherapeuten geheel. Op basis van deze doorbraakprojecten ontstaan allerlei samenwerkingsverbanden/overeenkomsten met andere professionals uit de 1e en 2e lijn, waar psychotherapeuten dan ook aan deelnemen. Formatie van de teams De ervaring leert dat doorbraakteams vaak geformeerd worden vanuit een ROS (Regionale OndersteuningsStructuur, waarin met name eerstelijnsprofessionals vertegenwoordigd zijn). Psychotherapeuten nemen geen deel aan deze ROS’en. Om te bevorderen dat er toch psychotherapeuten bij betrokken worden, is elk deelnemend team verplicht een psychotherapeut uit haar regio op te nemen. Voorwaarde is natuurlijk wel dat hiervoor psychotherapeuten beschikbaar zijn. Verder is het ook mogelijk om een eigen regionaal en multidisciplinair samengesteld team, los van een ROS, op te geven. Inzet en kosten Het project wordt grotendeels gefinancierd door ZonMw. Daarnaast betalen alle deelnemende professionals € 300,- per deelnemer. Deze krijgt in ruil hiervoor expertise omtrent de behandeling van angst , toepassing van de richtlijn, samenwerking e.d. Zoals gezegd is de uitvoering in handen van het Trimbos-insituut dat de expertise levert. Verder wordt de tijdsinvestering geraamd op gemiddeld 1 à 2 uur per week per deelnemer, gedurende anderhalf jaar. Deelname Mocht u geïnteresseerd zijn in deelname aan een doorbraakteam in uw regio dan kunt u zich hiervoor opgeven bij het secretariaat van de NVVP dat uw naam doorgeeft aan het Trimbos-instituut. Als er in uw regio een doorbraakteam start, kunt u vervolgens daaraan toegevoegd worden. Wijzigingen in de maatschap het wetsvoorstel Vennootschap De maatschap gaat als samenwerkingsvorm van beroepsbeoefenaren als psychologen, artsen en advocaten zeer waarschijnlijk veranderen. Er zijn diverse soorten maatschappen variërend van de eenvoudige kostenmaatschap waarin ieder zijn eigen praktijk behoudt, tot een volledig gezamenlijke praktijkvoering. Als het wetsvoorstel Vennootschap door de Eerste Kamer aangenomen wordt, zal de term maatschap verdwijnen. Daarvoor in de plaats komt de niet-openbare ofwel stille vennootschap (vergelijkbaar met de kostenmaatschap) en de openbare vennootschap (OV) (vergelijkbaar met de maatschap gezamenlijke praktijkvoering). De overgang naar de nieuwe samenwerkingsvorm treedt vanzelf in; wel moet men –op straffe van een boete- zelf de openbare vennootschap inschrijven in het handelsregister. De ‘maten’ worden ‘vennoten’ en vertegenwoordigen –anders dan voorheen- automatisch rechtshalve alle andere vennoten waarmee men samenwerkt in de openbare vennootschap. Dat betekent dat men onderling aansprakelijk is voor de verplichtingen die zijn aangegaan in openbaar-vennootschapsverband. Om dit te beperken cq te voorkomen moeten de vennoten dit specifiek opnemen in de overeenkomst die men met elkaar sluit. E.e.a. betekent dat de regeling van de bevoegdheden wordt omgedraaid: moest men eerst in de maatschap actief de gezamenlijke aansprakelijkheid regelen, nu moet men –als men dat wil - de uitsluiting van aansprakelijkheid expliciet vastleggen in de vennootschapsovereenkomst. In principe is iedere vennoot automatisch hoofdelijk aansprakelijk. Een andere bijkomstigheid van de openbare vennootschap is dat deze –anders dan de maatschap- desgewenst rechtspersoonlijkheid (OVR) kan verwerven en als zodanig net als een natuurlijke persoon een geneeskundige behandelingsovereenkomst kan sluiten conform de WGBO, die geldt voor alle aangesloten vennoten. Gevolg daarvan is dat ieder in dat geval ook hoofdelijk aansprakelijk is voor fouten in de behandeling van één van de cliënten. Voor de niet openbare ofwel stille vennootschap blijft de inhoud van de oude regeling voor de maatschap gelden. (Bronnen: De Psycholoog, nr. 10, 2006 en MKB) Handboek Burgerservicenummer in de zorg en UZI-pas Op 10 oktober jl. heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel gebruik BSN in de zorg. De behandeling van het wetsvoorstel heeft iets meer tijd in beslag genomen dan werd verwacht. Het voorstel ligt nu voor aan de Eerste Kamer. Op basis van de discussie in en de besluitvorming door de Tweede Kamer is het ‘Handboek invoering en gebruik BSN in de zorg’ tot stand gekomen, dat u hierbij aantreft. Het Handboek is ook beschikbaar als download op de website van het ministerie van VWS. Daar kunt u zich ook aanmelden voor een abonnement op updates van het Handboek. Het Burgerservicenummer vervangt per 1 januari 2007 het identieke sofinummer. Het UZI-register Op het moment dat de Wet gebruik Burgerservicenummer in de zorg (Wbsn-z) na goedkeuring door de Eerste Kamer in werking treedt, krijgt het UZI-register de publiekrechtelijke status. Het is dan niet meer nodig om de voorwaarden om abonnee te worden, of UZI-authenticatiemiddelen aan te vragen, in overeenkomsten vast te leggen. Deze voorwaarden liggen dan namelijk vast in de wet. Abonnees en pashouders hoeven geen overeenkomsten meer te printen, te ondertekenen en op te sturen. Een administratieve lastenverlichting voor hen en voor het UZI-register! De UZI-pas is bedoeld voor zorgaanbieders. Zorgaanbieders zijn door de minister van VWS aangewezen groepen zorgverleners en zorginstellingen. Behoort u tot een van deze groepen dan kunt zich nu als abonnee bij het UZI-register laten inschrijven. Als abonnee kunt u dan UZI-passen aanvragen voor bij u werkende zorgverleners en andere medewerkers die vanuit hun rol toegang nodig hebben tot gezondheidsgegevens van personen én voor diegenen die zijn aangewezen om BSN-diensten uit te voeren. Ook kunt u server-certificaten aanvragen voor uw systemen. Zie ook de website www.uzi-register.nl. |
|